Frankrijk, de onverwachte roadtrip (part 2)

Na een geslaagd verblijf in het noorden van Bretagne trokken we nu naar het zuidelijk deel.

Het was iets meer dan twee uur rijden en opmerkelijk hoe je het temperatuurverschil kon merken. Dat kan natuurlijk ook zijn omdat de winter steeds verder achter ons ligt.

Op basis van het boek 'I love the seaside' selecteerden we een camping in Étel.

"Étel is zo'n typisch dorp waar je al sloffend je pain au chocolat oppeuzelt en op een terras de kunst van het nietsdoen onder de knie krijgt", staat in het boek geschreven.

Als ik zoiets lees heb ik onmiddellijk een bepaald beeld voor ogen en eens aangekomen in Étel strookte dat beeld niet met de realiteit.

We lieten het niet aan ons hart komen.

Uiteindelijk zaten we tot hiertoe op leuke campings waar niets op wandelafstand was. Dus trokken we hoopvol naar de camping vlakbij het centrum van Étel.

De receptie was gesloten, maar het bord gaf aan dat we konden binnenrijden en een plek zoeken. Dat deden we. Alleen hadden we niet verwacht een camping vol campers aan te treffen.

Het domein was een open vlakte zonder schaduwplekken. Geen enkele tent te bespeuren.

Daar zaten we. Vast op de camping. Binnenrijden was dan wel vlot gegaan, maar je had een code nodig om terug van het domein te geraken.

Na een vakkundige uitleg in het Frans aan één van de verblijvers - want ja, de receptie was nog steeds gesloten - gaf die uiteindelijk de code om buiten te geraken.

Étel? Check, en hoeven we niet naar terug te komen.

Wouter vond een andere camping in de buurt en op goed geluk reden we er naartoe.

OMG, ben ik blij dat die eerste camping tegenviel!

Camping de Saint-Cado is op zich al een pak aangenamer, maar het ligt ook nog eens op 400 meter wandelen van Île de Saint-Cado en het iconische kleine huisje met de blauwe luiken. Om het af te maken is er vlakbij een gezellig restaurant.

Dat is toch echt wat ze bedoelen met een klein gelukske, hé?

Het duurde niet lang om te beslissen dat we zeven nachten zouden verblijven op de camping. Voor amper 15 euro per nacht kan je toch niet sukkelen.

Vanuit Saint-Cado konden we weer heel wat plekken bezoeken.

Zo wilde ik graag naar Plouharnel om pannenkoeken te kunnen eten bij Les Clefs de Presqu'île.

Het was mijn eerste hartige pannenkoek, of galet, zoals ze dat hier ook noemen, ooit. Ik koos er één met sint-jakobsnoten, prei en room. Wouter ging voor de galet met appel, spek, geitenkaas en honing.

Het was zeker niet slecht, hoewel mijn voorkeur nog altijd uit gaat naar de zoete pannenkoeken, zoals wij ze voornamelijk kennen.

Een "dessertpannenkoek" was dus niet optioneel.

We bezochten ook Saint-Goustan, de oude haven van Auray.

Auray heeft zowat alles wat je wil zien: mooie oude huizen, steegjes om in te verdwalen, leuke winkeltjes en genoeg horeca om jezelf te voorzien van eten en drinken.

Op het moment dat wij toekwamen in Saint-Goustan stond het toeristisch treintje net op het punt om te vertrekken. Wouter twijfelde even toen ik voorstelde om er op te springen.

"Dan zijn we echt wel toeristen", verklaarde hij.

Maar ja, natuurlijk zijn wij echte toeristen! Ik doe zelfs toeristenattracties in eigen stad. Het is de ideale manier om snel veel te ontdekken.

Frankrijk, dat betekent ook markten bezoeken. We bezocht een grote markt op het schiereiland Quiberon.

We hadden alweer een verlengd weekend aan ons been. Wat zoveel betekende als veel volk. Deze keer waren het wel allemaal Fransen.

Denk dat we nog maar 2 of 3 Belgische auto's gepasseerd zijn en ook de Nederlanders ontbreken hier.

Ik was in ieder geval blij met ons bezoek aan de markt.

Ik vond zelfs eindelijk de perfect hoed en we kochten een "echte" boodschappentas. Die moest uiteraard gevuld worden met gezellige etenswaren. Gelukkig ben ik daar extreem goed in. Haha.

We kochten kazen, stokbrood, platte perziken, een Bretonse appeltaart en pannenkoeken voor het ontbijt.

Met onze voorraad eten waren we klaar voor opnieuw een dag op de camping om te genieten van de koelte in de schaduw.

Wat voor de Bretonners 'nooit echt te warm' is, is voor mij toch behoorlijk bakken.

Op vakantie lijkt alles eenvoudiger.

Zelfs iets als de was doen is een activiteit waar ik naar uitkeek. Terwijl dat thuis de sleur van het dagelijkse leven is.

Het was werkelijk weer een heerlijke dag op de camping. Ik deed niet veel meer dan eten en lezen. Oh, en mijn stoel al 53 keer van plaats veranderen.

Dan weer wat meer in de schaduw omdat het te warm is en vervolgens weer wat meer in de zon wegens te fris.

Van alle soorten vakantie die ik al deed, zijn die op een camping toch altijd het leukst. Of dat nu met een tent of campervan is. Buiten leven is echt aan mij besteed.

Zei ik al dat het daar zalig was, trouwens?

Hoe hard ik ook geniet van dagen op de camping, wissel ik dat graag af met op avontuur gaan.

Het dorp Locronan stond ook op de lijst. Ik was nieuwsgierig omdat het regelmatig als filmset wordt gebruikt vanwege zijn authentieke karakter.

Ik las zelfs ergens dat de regisseur van Amélie Poulain daar ooit gefilmd heeft en daarvoor alle bovengrondse elektriciteitskabels liet verwijderen. Op de website van toerisme Bretagne las ik dan weer dat er geen auto's mogen rijden en dat de uithangborden aan bepaalde karakteristieken moeten voldoen.

Uiteraard is dit een dorpje dat ik wou bezoeken. Om kort te zijn: ik zou het niet aanraden.

Er reden wél auto's, de winkels waren zo goed als allemaal hetzelfde en er was te veel volk naar mijn goesting.

Het voelde meer als een openluchtmuseum aan dan een dorp waar echt geleefd wordt.

We bleven er niet erg langen en reden verder naar Quimper. De oudste stad van Bretagne met zijn veel Middeleeuwse huizen.

Ik verwachtte dat de winkels open zouden zijn, ook al was het zondag. Een stad waar alles gesloten is, voelt snel heel desolaat aan. Hoewel er genoeg volk rondliep in de straten.

Dan maar verder naar Bénodet. Een dorp aan het water. En toen wist ik het!

Ik heb water nodig om dat ultieme vakantiegevoel te kunnen ervaren. Ik ga ook wel eens graag op citytrip en woon zelf in een stad, maar water... daar leef ik onmiddellijk van op.

Dat uurtje op een terras kijken naar het waterverkeer maakte alles weer goed.

We gingen ook nog naar Île de Groix. Dat deden we op aanraden van een vrouw waarmee we eerder deze week een tafel op een terras deelde.

Het is het eiland van de tonijn met vele Portugese invloeden. Op de kerktoren staat geen haan, maar een tonijn. Dat vond ik al reden genoeg om naar daar te trekken.

Met de ferry was het ongeveer 45 minuten varen. De langste oversteek die we tot hiertoe deden tijdens deze reis.

Ik had online een foto gezien van wat kleurrijke huizen en wilde graag op zoek naar dat beeld. We wandelden rond, Wouter werd wat hangry (voor een keer was ik het niet) en we belandden uiteindelijk op hetzelfde terras waar we bij aankomst een apero dronken.

De huizen vond ik niet, hoewel ze misschien helemaal niet bestaan. Ik probeerde ze nadien terug te vinden via Google, maar zonder succes.

Het is perfect mogelijk dat ik het in mijn hoofd kleurrijker heb gemaakt dan het werkelijk is.

Persoonlijk vond ik Île-de-Bréhat mooier. Gewoon al omdat er helemaal geen auto's zijn. Hoe dan ook was het een leuke uitstap.

De laatste dag op Camping de Saint-Cado "moesten" we sociaal doen.

Onze buurman kwam ons verblijden met zijn vangst van de dag: spinkrabben. Ja, dat hebben we moeten googelen, want ik had het gewoon krabben genoemd.

En aan de afwas hoorde een oudere vrouw ons Nederlands praten waardoor ze spontaan een babbeltje met ons deed. Blijkbaar was ze zelf afkomstig uit Bretagne en meer dan 60 jaar geleden naar Nederland getrokken om daar als au pair te gaan werken.

Ik was al sinds onze aankomst in Bretagne op zoek naar iemand die nog echt Bretons spreekt en dat was geen evidentie gebleken. Omdat deze vrouw effectief in Bretagne opgroeide, kon ik het niet laten en vroeg ik haar of ze nog Bretons sprak.

(Deels) met succes!

Echt spreken kon ze niet (meer?), maar ze kende wel nog enkele kinderliedjes in het Bretons.

En die zong ze voor me, daar aan de afwas in Saint-Cado. Heerlijk toch.

Na een geweldig verblijf in Saint-Cado lieten we kampeerplek nummer 37 achter om door te reizen naar Vendée.

Best spannend, want Bretagne heeft me zo kunnen bekoren dat ik het gevoel had me te moeten wapenen tegen een mogelijke teleurstelling.

Bretagne is helemaal niet ver van huis en toch voel je je hier helemaal op vakantie. Het eten is lekker, de dorpjes en eilandjes zijn charmant en de campings zijn echt niet duur.

Joy Buelens

Hi, ik ben Joy. Een ondernemende freelancer, millennial, reiziger, newbie blogger, Netflix binger en koffiedrinkende dertiger uit Antwerpen.

Previous
Previous

Frankrijk, de onverwachte roadtrip (part 3)

Next
Next

Frankrijk, de onverwachte roadtrip (part 1)